Zeven dagen Obama
6 april
2009
Obama wordt
op zijn zevendaagse tournee bejubeld of gekust. Zelfs de clichématige betogers richten zich niet
tegen de president persoonlijk,
maar tegen abstracties als ‘globalisme’ en ‘imperialisme’.
Deze ontvangst doet denken aan
het enthousiasme waarmee Gorbatsjov eind jaren tachtig in de satellietstaten van de Sovjet-Unie
werd begroet.
Was Gorbatsjov
de personificatie van een nakende bevrijding, nu is Obama de belichaming van een verwachtingsvol nieuw multilateralisme. Dat is niet louter beeldvorming.
In Londen bemiddelde Obama tussen
China en Frankrijk, die het oneens
waren over de aanpak van belastingparadijzen. In Straatsburg
verzoende hij de Turken met Rasmussen als nieuwe secretaris-generaal van de
NAVO.
Maar net als Gorbatsjov
heeft Obama weinig tijd, nu het ooit vanzelfsprekende economische leiderschap van Amerika tanende is. Zijn pleidooi om Turkije
tot de EU toe te laten, werd meteen weggewuifd
door Sarkozy die tegen een Turkse entree was en ook zal blijven.
Dit was nog maar
een kleine aanwijzing dat de relaties, achter het masker van enthousiasme, minder coöperatief zijn dan geveinsd.
Obama wordt alom uitgedaagd. Vlak voordat hij in Praag zou spreken
over de noodzaak van ontwapening,
lanceerde Noord-Korea een raket. Dat
mislukte. Maar een veroordeling in de Veiligheidsraad faalde ook door het verzet van China en Rusland.
Obama zelf
lijkt zich er terdege van bewust dat de proliferatie
van kernwapens onbeheersbaar
is geworden. Maar „fatalisme is een dodelijke vijand”, zei hij in Tsjechië,
dat plaats biedt aan het antiraketschild
dat ook de nieuwe president zal bouwen als Iran volgens hem doorgaat met atoombewapening. Daarom kondigde hij aan
de Senaat in Washington onder
druk te zetten
om het verdrag tegen kernwapenproeven alsnog te ratificeren,
wat de Senaat in 1999 had geweigerd. Nu staat Amerika in één rijtje met landen als China, India, Pakistan, Noord-Korea,
Iran en Israël.
Deze stap getuigt
van goede wil en is een positief signaal.
Maar de realiteit van de zich ontluikende wereldorde is toch complexer. Obama heeft gisteren dan wel
aangekondigd nog dit jaar gastheer
te willen zijn van een soort
brede multilaterale atoomtop in de VS. En hij mag vorige week met de Russische president Medvedev hebben
afgesproken dat beide landen het wapenbeheersingsoverleg uit het
slop gaan trekken, waar het sinds 2001 zit door het aan weerszijden opschorten van oude verdragen. Maar het lot van een nieuwe nucleaire
ontwapeningsronde ligt niet meer in handen
van deze twee oude atoommachten. Niet alleen economisch is er sprake van een
machtsvacuüm, ook politiek is er nog geen begin gemaakt met nieuwe en vooral evenwichtiger verhoudingen.
De zevendaagse
reis van Obama is dan ook geen genesis van een nieuwe wereldorde.
De tour markeert een nieuwe oriëntatie die zich slechts schoksgewijs
kan uitkristalliseren.
De Amerikaanse president biedt perspectief, dat wel, maar geen
bovenaardse hoop.
Verlossers bestaan
nu eenmaal niet.