Het hart van de NAVO
maandag 11 februari 2008 door NRC Handelsblad
De toekomst
van de NAVO ligt volgens de
Amerikaanse regering in
Afghanistan. Tijdens de jaarlijkse
Veiligheidsconferentie in München
heeft minister Gates van Defensie
de noodklok geluid. Er moet volgens
Gates een einde komen aan de dubbelhartigheid
van de NAVO, waarbij eersterangs
lidstaten militair de kastanjes uit het
vuur moeten slepen terwijl tweederangs lidstaten slechts toekijken.
Anders dan
vorige maand nam Gates de partners nu niet op de korrel wegens hun onvermogen
om een guerrillaoorlog
te voeren. De minister nam Europa in bredere
zin de maat. In de VS heeft 9/11 ieders ogen geopend, aldus
Gates. Maar „op dit
continent kunnen veel mensen maar niet
doorzien” waar het om gaat.
Als Afghanistan valt, vallen de dominostenen om tot in Pakistan en verder. Als de NAVO in Afghanistan over het
terrorisme zegeviert, ligt volgens Gates de overwinning van de democratie in het verschiet. De opmerkingen van de Amerikaanse
minister zijn in München geïnterpreteerd als een poging de Bondsrepubliek
onder druk te zetten. Economisch
is Duitsland de een na grootste partner in de NAVO, maar het draagt
militair geen navenante verantwoordelijkheden.
Daarmee is het diepere probleem van de NAVO nog niet ondervangen.
Sinds 9/11 is de NAVO inderdaad
in oorlog met terrorisme. Daarmee is echter niet alles gezegd.
Hét terrorisme bestaat namelijk niet. Ook terreurgroepen
als Volkswil in het negentiende-eeuwse Rusland of de Rote Armee Fraktion in Duitsland hielden er geen
keurige boekhouding op na, maar het
hedendaagse terrorisme is
pas echt een fluïde strijdmethode die zich niet weg
laat bombarderen.
Het is zelfs de vraag of het analytisch
gezien verstandig is om de Talibaan in Afghanistan van
a tot z onder te brengen bij het
internationale terrorisme.
De Talibaan zijn ten dele ook een regionale
guerrillabeweging die zich
door Al Qaeda vooral laat inspireren. Het ’Al-Qaedaïsme’ als ideologie, waarover Gates in München sprak, heeft al evenmin een hoofdkwartier en laat zich niet
vergelijken met het communisme dat in het Kremlin werd uitgedragen.
Dit onderscheid verklaart ten dele waarom de ‘war
on terror’ sinds 2001 niet veel successen heeft geboekt. De eerlijkheid gebiedt immers om vast te stellen dat
de militaire wederopbouwmissie
in Afghanistan nog steeds niet aan de verwachtingen
heeft voldaan. Integendeel.
Al die kanttekeningen
laten onverlet dat een eventuele
terugkeer van de Talibaan
in Kabul een bedreiging voor de NAVO is. Dat alleen al is genoeg motief om de NAVO niet op te geven
als militair instrument in
de asymmetrische strijd met
terroristische bewegingen. Maar de toekomst van de NAVO hangt uiteindelijk niet primair af
van de vraag of ze in militaire zin een
solidaire alliantie is. De
NAVO houdt alleen reden van bestaan als ze op hoofdlijnen
één politieke analyse en opdracht weet te formuleren
waar consensus over bestaat. Daar is weinig tijd voor. Om
precies te zijn de tien weken
tot de topconferentie van de NAVO in april in Boekarest.